De rechtbank stelt vast dat verdachte zijn computer vrijwillig voor onderzoek ter beschikking heeft gesteld aan de politie te Bergen op Zoom en dat in het kader van de door verdachte gedane aangifte van afpersing. De rechtbank merkt daarbij op dat de aangifte van verdachte inhield dat hij werd afgeperst/gechanteerd en dat men had gedreigd zijn seksuele geaardheid c.q. pedofiele neigingen bekend te maken. In de context van deze aangifte vond het onderzoek van de computer van verdachte plaats en bij dat onderzoek is het onderzoeksteam gestuit op kinderporno. Naar het oordeel van de rechtbank is, nu verdachte zijn computer vrijwillig ter beschikking heeft gesteld voor onderzoek in de hiervoor geschetste context, van onrechtmatige schending van de privacy van verdachte geen sprake geweest. Dat met voorbijgaan aan de inhoud van de aangifte gericht en uitsluitend zou zijn gezocht naar kinderporno is uit de stukken niet gebleken en ook anderszins niet aannemelijk geworden. Daar komt naar het oordeel van de rechtbank nog bij dat het niet zo kan zijn en ook niet zo mag zijn, dat een opsporingsinstantie de ogen sluit wanneer men bij een onderzoek op dergelijk materiaal stuit. Van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake en niets staat het gebruik van de in het dossier aanwezig onderzoeksresultaten als bewijsmiddel in de weg.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zijn computer vrijwillig voor onderzoek ter beschikking heeft gesteld aan de politie te Bergen op Zoom en dat in het kader van de door verdachte gedane aangifte van afpersing. De rechtbank merkt daarbij op dat de aangifte van verdachte inhield dat hij werd afgeperst/gechanteerd en dat men had gedreigd zijn seksuele geaardheid c.q. pedofiele neigingen bekend te maken. In de context van deze aangifte vond het onderzoek van de computer van verdachte plaats en bij dat onderzoek is het onderzoeksteam gestuit op kinderporno.
Naar het oordeel van de rechtbank is, nu verdachte zijn computer vrijwillig ter beschikking heeft gesteld voor onderzoek in de hiervoor geschetste context, van onrechtmatige schending van de privacy van verdachte geen sprake geweest. Dat met voorbijgaan aan de inhoud van de aangifte gericht en uitsluitend zou zijn gezocht naar kinderporno is uit de stukken niet gebleken en ook anderszins niet aannemelijk geworden. Daar komt naar het oordeel van de rechtbank nog bij dat het niet zo kan zijn en ook niet zo mag zijn, dat een opsporingsinstantie de ogen sluit wanneer men bij een onderzoek op dergelijk materiaal stuit. Van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake en niets staat het gebruik van de in het dossier aanwezig onderzoeksresultaten als bewijsmiddel in de weg.